Hondenrassen
Diverse
  • Gallery
  • Site Catalog
  • Section categories
    Dierinfo [0]
    Hondensport [10]
    Google





    Search
    Tag cloud
    Site friends
  • Start eigen Startpagina
  • Paardenrassen
  • Kattenrassen
  • Tattoo Design Gallery
  • Startpagina
  • Startpagina club
  • Bouw Startpagina
  • Statistics



    GROTE EN KLEINE MÜNSTERLÄNDER,
    OF HEIDEWACHTEL

     

    Rasgroep: Staande jachthonden, Spaniels en Retrievers

    Aard : meegaand, erg intelligent

     

    Gemiddelde levensduur : 12-14 jaar

    Schouderhoogte : 58-65 cm(grote Münsterländer), 48-56 cm (kleine Münsterländer/Heidewachtel)

    Gewicht :

    Vacht :langharig; wit met zwarte platen en stippen, zwartschimmel (grote Münsterländer); bruin met wit, bruinschimmel (kleine Münsterländer/Heidewachtel)

    Aanleg : staande jachthond; gezelschapshond

    Omgang met kinderen : erg goed

    Omgang met andere honden : erg goed

    Leefruimte : huis met een tuin

    Vachtverzorging : nu en dan borstelen

     Standaard   GROTE MÜNSTERLÄNDER

    Algemeen

    De Grote Münsterländer heeft een krachtige, gespierde lichaamsbouw, met daarbij een algeheel elegant beeld dat intelligentie en adel uitdrukt. Droge buitenlijn. Levendig karakter, zonder nervositeit.

    Hoofd

    Edel en lang gerekt. Geringe stop. Verstandige uitdrukking. Goed ontwikkelde kaakspieren. De krachtige snuit is tang en voor het gebruik goed ontwikkeld. De lippen hangen niet over. Rechte neusrug en een duidelijk zwarte neusspiegel. Fouten: te brede bovenschedel, te sterke voorhoofdafzet; open of overhangende lippen; ramsneus, snoekneus; ontbrekend pigment op de neus, geheel of slechts stipjes.

    Gebit

    Krachtig en volledig (42 tanden en kiezen), met goed ontwikkelde hoektanden en een onberispelijk schaargebit. Zware fouten: onder- of bovenvoorbijten, kruisgebit, het ontbreken van snij- en hoektanden, evenals P2, P4, M1 en M2. Lichte fouten: tanggebit, ontbreken van P1 en M3.

    Oren

    Breed en tamelijk hoog aangezet. Aan de onderkant rond. Goed aanliggend. Fouten: laag aangezet, afstaand.

    Ogen

    Goed gesloten. Hoe donkerder hoe beter. Fouten: te lichte ogen, zichtbaar rood bindvlies, entropion of ectropion.

    Lichaam

    De krachtige en goed gespierde hals wordt edel gedragen. De schoft is middellang tot lang en goed gespierd. De borst is van voren gezien breed en van de zijkant gezien diep met een duidelijke voorborst. Korte, stevige, rechte rug, met licht afvallend kruis. De nierpartij is goed ontwikkeld en beschermd door sterke bespiering. Het kruis is lang, breed, slechts licht afvallend en goed bespierd. De buik is licht opgetrokken, strak en slank. De flanken zijn kort en hoog aangezet. De lengte van de romp en de schouderhoogte moeten zo mogelijk gelijk zijn. De romplengte kan de schouderhoogte met 2 cm overschrijden.
    Schouderhoogte: reuen 60-65 cm; teven 58-63 cm. Gewicht ongeveer 30 kg.
    Fouten: te korte, te langer,te dikke, te dunne hals, losse keelhuid; te lage of te korte schoft; tonvormige borst, niet diep genoeg, ontbreken van voorborst; te lange rug, doorgezakte rug, karperrug; zwakke bespiering van nierpartij; overgang naar kruis niet harmonieus, overbouwd; kort, smal of sterk afvallend kruis; te sterk opgetrokken buik; te laag aangezette flanken.

    Benen

    Stevig tegen de ribben liggende schouderbladen. De voorhand heeft een correcte hoeking, is recht, sterk en goed bespierd. Elastische polsen. De achterhand is krachtig en sterk bespierd. Loodrechte stand van de achterbenen. Correcte hoeking van knie- en spronggewrichten.
    Fouten: te steile gewrichten bij de voorbenen; uitstaande of uitdraaiende ellebogen; te zwakke polsgewrichten; te steile hoeking knie- en spronggewrichten; koehakkig of O-benen; te nauwe of te wijde bodemstand.

    Voeten

    Goed gesloten. Matig lang en rond. Wolfsklauwen moeten worden verwijderd. Fouten: ronde kattevoeten, lange hazevoeten, spreidtenen, te nauwe of te wijde plaatsing van de tenen.

    Staart

    Horizontaal of enigszins omhoog gedragen. Van de zijkant gezien zonder knik uit de ruglijn te voorschijn komend. Ongeveer 1-2 cm gecoupeerd. Fouten: zijwaarts gedragen, naar boven opgerold, haakstaart, krulstaart.

    Vacht

    Lang en dicht, maar sluik. Niet krullend of uitstaand, omdat dit bij de jacht hinderlijk is. Typisch een langharige vacht. Bij de reu moet het haar meer dan bij de teef aan de achterzijde van de voor- en achterbenen bijzonder lang en dicht zijn (goede bevedering). Ook aan de staart moet het haar bijzonder lang zijn. De sterkste en de langste beharing moet zich halverwege de staart bevinden. Het haar aan de oren (behang) moet lang zijn (goed van franje voorzien) en aan de onderkant van het oor duidelijk overhangen (bedekte huid). Verder is het hoofdhaar kort en aanliggend.

    Kleur

    Wit met zwarte platen en stippen, zwartschimmel. Het hoofd is zwart, eventueel met een witte stip of bles.

    Bijzonderheden

    Gangen: verend, ruimgaand en wijd vooruitgrijpend in stap en draf; in galop elastisch en sierlijk, met de nodige stuwing en wijde sprong.
    Fouten: kort, stijf, trippelend in stap en draf; korte, stijve sprong, te weinig stuwing in galop.

    Standaard   KLEINE MÜNSTERLÄNDER /HEIDEWACHTEL

    Algemeen

    De Heidewachtel is een krachtige, maar toch adellijke en sierlijke hond.

    Hoofd

    Edel, droog en licht gewelfd. Niet te brede schedel, met weinig stop. De uitdrukking van het hoofd behoort tot het type. De voorsnuit is krachtig, lang en recht. Goed aansluitende lippen. Bruine neusspiegel. Fout: lichte vlekken op de neusspiegel.

    Gebit

    Staat niet in standaard vermeld.

    Oren

    Breed en hoog aangezet. Goed tegen de schedel liggend. Spits toelopend. Reiken niet te ver over de mondhoeken.

    Ogen

    Gesloten, oogleden stram om de oogbol, het bindvlies bedekkend. Liefst donkerbruin. Fout: een open oog.

    Lichaam

    Diepe en ruime borst, maar niet tonvormig. De hals is middelmatig lang, in de nek enigszins gebogen en gespierd. Krachtige, korte of matig lange rug met brede, krachtige lendenen. De buik is iets opgetrokken.
    Schouderhoogte: reuen 50- 56 cm, teven 48-54 cm.

    Benen

    De voorbenen zijn recht en bevederd. De achterbenen zijn goed gehoekt. Broekbeharing.

    Voeten

    Rond, gebogen en gesloten. Te veel beharing is niet gewenst.

    Staart

    Van matige lengte, met lange vlag en recht gedragen. Het laatste gedeelte, ongeveer een derde van de gehele lengte, mag iets naar boven gebogen zijn.

    Vacht

    Glad, vol, middelmatig lang en weinig gegolfd. Vast aanliggend.

    Kleur

    Bruin met wit, bruinschimmel. Taankleurige aftekeningen aan de snuit en ogen zijn toegestaan (aftekeningen volgens Jongklaus).

    Bijzonderheden

    Strak aanliggende huid.