Hondenrassen
Diverse
  • Gallery
  • Site Catalog
  • Section categories
    Dierinfo [0]
    Hondensport [10]
    Google





    Search
    Tag cloud
    Site friends
  • Start eigen Startpagina
  • Paardenrassen
  • Kattenrassen
  • Tattoo Design Gallery
  • Startpagina
  • Startpagina club
  • Bouw Startpagina
  • Statistics



    VIZSLA (KORT EN DRAADHAAR)   

    Rasgroep: Staande Jachthonden, Spaniels en Retrievers

    Aard : gehoorzaam en vlijtig

     

    Gemiddelde levensduur : ongeveer 12 jaar

    Schouderhoogte : kortharige Vizsla: reuen 56-61 cm en teven 52-75 cm; draadharige Vizsla: reuen 58-62 cm, teven 54-58 cm

    Gewicht : 22-27 kg

    Vacht : kortharig of draadharig; effen donkertarwegeel of donkergoudgeel

    Aanleg : Staande Jachthond

    Omgang met kinderen : zeer goed

    Omgang met andere honden : zeer goed

    Leefruimte : verblijft graag in huis, maar moet veel wandelen en oefenen

    Vachtverzorging : van weinig tot regelmatig borstelen

    Standaard    VIZSLA KORTHAAR

    Algemeen

    Een jachthond van middelmatige afmeting, met een elegant uiterlijk, een gele vacht en een eerder lichte bouw. Een perfecte afweging tussen kracht en schoonheid. De Vizsla is evenwichtig en intelligent, maar ook levendig. Bepaalde experts in gespecialiseerde literatuur over dit onderwerp nemen aan dat deze hond al eeuwen bestaat. Geschiedkundigen zien de Lopende Hond van Pannonië als een van de voorouders.
    De Gele Hond van de Turken heeft eveneens een rol gespeeld in de ontwikkeling van het ras, terwijl onderzoek aanwijzingen bevat dat ook de Sloughi tot zijn voorouders moet worden gerekend. De eerste honden met een voorkomen als dat van de tegenwoordige Vizsla zijn bekend vanaf het begin van de 18e eeuw. In verband met verbeteringen en aanpassingen aan de veranderde jachtomstandigheden zijn later ook nog andere jachthonderassen ingebracht bij deze zeer typische, gele jachthond. Het ras wist de verliezen als gevolg van de wereldoorlogen goed te maken.
    De Vizsla leert gemakkelijk en snel. Zijn aangeboren kwaliteiten, zijn uitstekende geheugen en zijn vermogen zich aan allerlei situaties aan te passen, maken hem tot een moderne jachthond van goede kwaliteit. Ondanks zijn jachtpassie is hij ook een gezeglijke en aanhankelijke huisgenoot. Hij is bekend vanwege zijn enorme aanpassingsvermogen aan uiteenlopende weersomstandigheden. De Vizsla is onvermoeibaar en werkt met veel passie. Behalve deze innerlijke kwaliteiten worden de volgende punten als fundamenteel voor het ras opgevat: een uitstekende neus, een goede en vaste stand, een opmerkelijke aandacht voor zoekwerk en apport, liefde voor water en uitstekend in de hand.

    Hoofd

    Droog, edel en goed geproportioneerd. De schedel is middelmatig lang en enigszins gewelfd. De lichte middengroef loopt van de middelmatig ontwikkelde achterhoofdsknobbel tot aan het voorhoofd. De stop is matig. De neusrug is altijd recht. De snuit is goed gewelfd, niet lang gerekt en breed. De neusspiegel is goed ontwikkeld. De neusgaten zijn zo groot mogelijk. De onderkaak is goed ontwikkeld en gespierd. De lippen sluiten goed tegen het gebit aan en hangen niet over.

    Gebit

    Sterk. De snijtanden raken elkaar scharend.

    Oren

    Middelmatig lang. Een beetje naar achteren en tamelijk laag aangezet. Hangen dicht tegen de wangen en bedekken de opening van de gehoorgang. Hebben de vorm van een V en zijn enigszins afgerond.

    Ogen

    Enigszins ovaal van vorm. De uitdrukking is levendig en intelligent. De oogkleur harmonieert met de vachtkleur, maar de donkerste ogen genieten de voorkeur. De oogleden zijn goed aangesloten.

    Lichaam

    De hals is middelmatig lang, goed gespierd, licht gebogen en zit middelmatig hoog aan de romp. Geen keelhuid. De krachtige, goed geproportioneerde romp is wat langer dan die van sommige andere rassen. De schoft is geaccentueerd en gespierd. Korte, rechte rug. De bovenbelijning van de stevige lendenen is enigszins afgerond naar de staartaanzet toe. De borstkas is middelmatig breed en diep, en reikt minstens tot de ellebogen. De ribben zijn matig gebogen. De flink gespierde schouder is goed vrij in beweging. Het schouderblad is goed schuin geplaatst.
    Ideale schouderhoogte: reuen 56-61 cm, teven 52-57 cm. Afwijkingen van 4 cm naar boven of naar beneden zijn toegestaan, mits de hond harmonisch blijft. Het statische en dynamische evenwicht en de harmonie van de vormen zijn veel belangrijker dan de in centimeters vastgelegde maten.

    Benen

    De rechte voorbenen zijn voorzien van sterke botten en gesloten ellebogen. De achterbenen zijn goed gespierd en middelmatig gehoekt. De spronggewrichten zitten wat laag.

    Voeten

    Licht ovaal. De tenen zijn sterk, goed gewelfd en goed gesloten. De nagels zijn krachtig. De voetkussens zijn elastisch en hard.

    Staart

    Enigszins laag aangezet. Middelmatig sterk. Loopt geleidelijk dunner uit naar het einde toe, dat een beetje naar boven is gekruld. De staart vormt gewoonlijk een esthetisch geheel met het lichaam tot op ongeveer drie kwart van de lengte. Daartoe wordt meestal slechts een kwart van de staart gecoupeerd. Als de staart echter juist en mooi van vorm is, horizontaal wordt gedragen, is het couperen niet verplicht.

    Vacht

    De gepigmenteerde huid is stevig en zonder rimpels of plooien. De neusspiegel is vleeskleurig. De lippen, oogleden en nagels zijn bruin. De voetkussens zijn leigrijs. De haren liggen vlak tegen de huid aan. Ze zijn kort, recht en stug. De buik is weinig behaard. Bij de oren is het haar eerder korter en zijdeachtig. De beharing van de staart is langer.

    Kleur

    Effen donkertarwegeel of tamelijk donkergoudkleurig in verschillende, bij voorkeur donkere tinten. Donkerbruin en lichtgeel zijn ongewenst. Kleine witte vlekken op de borst of de voeten worden niet als fout aangerekend.

    Bijzonderheden

    Gangen: krachtig, gemakkelijk en ruim uitgrijpend; bij werk in het veld is een harmonische, volhardende galop kenmerkend.
    Afwijkingen in het type: gebrek aan type; afwijkingen die de voorgeschreven schouderhoogte te buiten gaan; fouten in de bouw die de gebruikswaarde aantasten, met name een overdreven sterk gewelfde borst, een zadel- of een karperrug, waardoor de hond niet in staat is inspanningen te verrichten.
    Afwijkingen van de vacht: niet overeenkomend met de standaard (kleur lichter dan waskleurig geel, bruin of izabelkleurig, veelkleurig of bont; een vlek van meer dan 5 cm in doorsnee; witte vlekken op de voeten); ernstig pigmentverlies (roze neus, leigrijs, zwart of vlekken van deze kleuren, zeer licht gekleurde ogen, grijze of anderskleurige ogen); te zijdeachtige vacht, te lange vacht (langer dan 4 cm), wollige of gekrulde vacht.
    Diskwalificerende fouten: monorchisme of cryptorchisme; afwijkingen van het gebit (boven- of ondervoorbijten, afwezigheid van een hoektand of knipkies, of van twee premolaren); kenmerken van entropion of ectropion, of sporen van een chirurgische ingreep.


    Standaard    VIZSLA DRAADHAAR

    Algemeen

    Een jachthond van middelmatige afmeting, maar sterk gebouwd. Hij heeft een krachtiger beendergestel en een hoger lichaamsgewicht dan de kortharige Vizsla. Vanwege zijn vachtstructuur kan deze hond in alle moeilijke terreinen, rietgebieden en moerassen werken. Ondanks zijn robuuste uiterlijk, vertoont de hond toch veel elegantie dankzij zijn korte vacht. Hij is intelligent, trouw en evenwichtig.
    Hij stamt uit de jaren '30 van deze eeuw. De Duitse Staande Draadhaar heeft een grote rol gespeeld in zijn ontwikkeling. Behalve aan het vastleggen van de uiterlijke kenmerken is bij de enige decennia doorgevoerde selectie veel belang toegekend aan de bruikbaarheid van deze bond. Het doel daarvan was om de eigenschappen van de Vizsla tot uitdrukking te brengen in zijn veelzijdige mogelijkheden en zijn bijzondere geschiktheid voor het werk onder moeilijke omstandigheden. Tegenwoordig streven de liefhebbers naar een grotere homogeniteit in bouw en van de vachtstructuur.
    Wat zijn karakter betreft, lijkt hij op de Vizsla Korthaar. Hij is gemakkelijk in de hand, leert snel en kan er niet tegen als er hard tegen hem wordt opgetreden. Hij heeft een uitstekende neus, houdt veel van waterwerk en apporteert het wild zeer goed. De Vizsla Draadhaar kan het tegen elke andere continentale ruwharige staande hond opnemen wat werkstijl, zoeken en voorstaan betreft.

    Hoofd

    Goed geproportioneerd. De licht gewelfde schedel is middelmatig van afmeting. De snuit is een weinig korter dan het schedelgedeelte. Matige stop. De oogbogen zijn sterk. De typische garnituur verleent het hoofd een markante, enigszins hoekige vorm. De neusrug is recht en eindigt in een brede neusspiegel. Goed ontwikkelde, gespierde onderkaak. De lippen zijn tamelijk gesloten, maar hangen niet over.

    Gebit

    Sterk. De snijtanden raken elkaar scharend.

    Oren

    Middelmatig hoog aangezet. Ze zijn middelmatig lang en bedekken de opening van de gehoorgang.

    Ogen

    Ovaal van vorm. De oogkleur harmonieert met de vachtkleur, maar de donkerste ogen genieten de voorkeur. De uitdrukking is levendig en intelligent.

    Lichaam

    De hals is middelmatig lang, goed gespierd, enigszins gebogen en zonder keelhuid. De krachtige, goed geproportioneerde romp is enigszins langer dan die van sommige andere rassen. De schoft is geaccentueerd en gespierd. Korte, rechte rug. De bovenbelijning van de stevlge lendenen is enigszins afgerond naar de staartaanzet toe. De borstkas is middelmatig breed en diep, en reikt minstens tot de ellebogen. De ribben zijn matig gebogen. De flink gespierde schouder is goed vrij in beweging. Het schouderblad is goed schuin geplaatst.
    Ideale schouderhoogte: reuen 58-82 cm, leven 54-58 cm. Afwijkin-gen van 3 cm naar boven of naar beneden zijn toegestaan, mits de hond harmonisch blijft. Het statische en dynamische evenwicht en de harmonie van de vormen zijn veel belangrijker dan de in centimeters vastgelegde maten.

    Benen

    De rechte voorbenen zijn voorzien van sterke botten en gesloten ellebogen. De achterbenen zijn goed gespierd en middelmatig gehoekt. De spronggewrichten zitten wat laag.

    Voeten

    Licht ovaal. De lenen zijn sterk, goed gewelfd en goed gesloten. De nagels zijn krachtig. De voetkussens zijn elastisch en hard.

    Staart

    Enigszins laag aangezet. Middelmatig sterk. Loopt geleidelijk dunner uit naar het einde toe. Er wordt gewoonlijk een derde van de lengte weggenomen door couperen.

    Vacht

    De gepigmenteerde huid is stevig en zonder rimpels of plooien. De neusspiegel is vleeskleurig. De lippen, oogleden en nagels zijn bruin. De voetkussens zijn leigrijs. De beharing is aan de snuit kort en grof. Aan de kin vormen de haren een kleine baard. Het bovenste deel van het hoofd is bedekt met kort, stug haar. De beharing bij de oren is hetzelfde als bij de Korthaar. De wenkbrauwen zijn dicht, stug en hard. Aan de hals en romp is het aanliggende, ruwe, harde, dichte dekhaar 2-4 cm lang. Daaronder ligt dichte onderwol.
    De beharing is aan de onderste delen van de ledematen, aan de borstkas en aan de buik korter. Aan de achterkant van de ledematen is een tamelijk lange beharing ook toegestaan. De structuur van de beharing moet dienen als bescherming tegen weersomstandigheden en verwondingen. Het haar is aan de voeten en tussen de tenen korter en zachter. De beharing van de staart is dicht en dik.

    Kleur

    Zandgeel in verschillende nuances. Tamelijk kleine witte vlekken op de borst of stippen aan de voeten worden niet als fout aangerekend.

    Bijzonderheden

    Gangen: krachtig, harmonieus en ruim uitgrijpend; bij het werk is een evenwichtige, volhardende galop kenmerkend.
    Afwijkingen in het type: gebrek aan type; afwijkingen die de voorgeschreven schouderhoogte te buiten gaan; fouten in de bouw die de gebruikswaarde aantasten, met name een overdreven sterk gewelfde borst, een zadel- of een karperrug, waardoor de hond niet in staat is inspanningen te verrichten.
    Afwijkingen van de vacht: niet overeenkomend met de standaard (kleur lichter dan waskleurig geel, bruin of izabelkleurig, veelkleurig of bont; een vlek van meer dan 5 cm in doorsnee; witte vlekken op de voeten); ernstig pigmentverlies (roze neus, leigrijs, zwart of vlekken van deze kleuren, zeer licht gekleurde ogen, grijze of anderskleurige ogen); te zijdeachtige vacht, te lange vacht (langer dan 4 cm), wollige of gekrulde vacht.
    Diskwalificerende fouten: monorchisme of cryptorchisme; afwijkingen van het gebit (boven- of ondervoorbijten, afwezigheid van een hoektand of knipkies, of van twee premolaren); kenmerken van entropion of ectropion, of sporen van een chirurgische ingreep die deze fouten corrigeert; belemmering in de gangen; uitsluiting kan hangend een röntgenonderzoek worden uitgesteld.