Hondenrassen
Diverse
  • Gallery
  • Site Catalog
  • Section categories
    Dierinfo [0]
    Hondensport [10]
    Google





    Search
    Tag cloud
    Site friends
  • Start eigen Startpagina
  • Paardenrassen
  • Kattenrassen
  • Tattoo Design Gallery
  • Startpagina
  • Startpagina club
  • Bouw Startpagina
  • Statistics



    EPAGNEUL NAIN CONTINENTAL 

    Rasgroep: Gezelschapshonden

    Aard : levendig, vrolijk en speels

     

    Gemiddelde levensduur : 14 jaar

    Schouderhoogte : maximaal 28 cm

    Gewicht : 1,5-4,5 kg voor reuen, 1,5-5 kg voor teven

    Vacht :langhaar; alle kleuren toegestaan

    Aanleg : gezelschapshond

    Omgang met kinderen : erg goed

    Omgang met andere honden : erg goed

    Leefruimte : kan in een woning in de stad

    Vachtverzorging : regelmatig borstelen

     Standaard

    Algemeen

    Een luxe Dwergspaniel van normale en evenredige bouw, langharig, met een snuit van matige lengte. Hij is sierlijk maar stevig, trots van houding, met een vlotte en sierlijke gang. Het lichaam is net wat langer dan hoog.

    Hoofd

    Moet in een goede verhouding tot het lichaam staan, en is lichter en korter dan bij Spaniels van groot en gemiddeld formaat. Van opzij of van voren gezien mag de schedel niet te veel zijn afgerond, maar moet toch een lichte aanduiding van een middengroef vertonen. De fijne, puntige snuit is korter dan de schedel en zijdelings niet te veel uitgediept. De snuit mag ook niet te veel opwippen. De neusrug is met de schedel verbonden door een tamelijk sterk aangeduide inzinking. Bij de zwaarste honden is deze inzinking minder opvallend, maar toch duidelijk afgetekend. Bij de kleinere honden is ze meer uitgesproken, zonder een plotselinge breuk te vormen. De neuspunt is klein, zwart, afgerond, enigzins afgeplat aan de bovenkant. De lippen zijn zeer pigmentrijk, fijn, en goed sluitend.

    Gebit

    De tanden zijn tamelijk zwaar, sluiten goed en op een normale wijze.

    Oren

    Het weefsel van de oren moet tamelijk fijn zijn, maar toch stevig. Zowel bij de rechtopstaande als bij de hangende oren mag de oorlel niet in een te scherpe punt eindigen. De oren zijn meer achter op het hoofd aangezet en staan op een voldoende afstand van elkaar, om zo de enigszins afgeronde vorm van de schedel te doen uitkomen. Nachtvlinderhondje (Phalène), de variëteit met hangende oren: de oren zijn hoog aangezet, duidelijk hoger dan de lijn die door de ogen loopt. Ze worden hangend gedragen, maar zijn desalniettemin zeer beweeglijk. Ze zijn bedekt met golvende haren, die zeer lang kunnen worden en dan aan het hondje een heel lief uiterlijk geven. Vlinderhondje (Papillon), de variëteit met staande oren: de oren zijn hoog aangezet.
    De oorschelpen staan wijd open en naar buiten gekeerd. De binnenrand van de ooropening ligt ongeveer in een hoek van 45° op het horizontale vlak. In geen geval mogen de oren rechtop staand worden gedragen, want dit herinnert aan de oordracht van de Dwergkees, iets dat met nadruk moet worden vermeden. De binnenkant van de oren is met fijne, golvende haren bekleed, waarvan de langste buiten de oorrand moet steken. De buitenkant daarentegen is bekleed met lange haren die een afhangende franje vormen, ver over de oorranden heen.

    Ogen

    Tamelijk groot, wijd geopend, van een zeer grote amandelvorm, maar niet uitpuilend. Ze zijn tamelijk laag in het hoofd geplaatst; de binnenhoek van de ogen moet zich aan de snijlijn van schedel en snuit bevinden. Donker van kleur, zeer uitdrukkingsvol, met sterk gepigmenteerd oogleden.

    Lichaam

    De hals is van middelmatige lengte, iets gewelfd aan de nek. De borst is breed en tamelijk laag. De borstomtrek, gemeten aan de twee laatste ribben, moet ongeveer gelijk zijn aan de schouderhoogte. De ribben zijn goed gewelfd. De ruglijn is niet te kort, niet gewelfd en niet ingezakt, zonder echter plat te zijn. Sterke, licht gewelfde lendenen en opgetrokken buik.
    Schouderhoogte: ongeveer 28 cm maximaal, aan de schoft gemeten. Er zijn twee gewichtscategorieën: a. onder de 2,5 kg voor reuen en teven; b. 2,5-4,5 kg voor reuen en 2,5-5 kg voor teven. Het minimumgewicht bedraagt 1,5 kg.

    Benen

    Schouderblad en bovenarm zijn van gelijke lengte en met elkaar verbonden onder een normale hoek. De schouders moeten vast tegen de borstkas aanliggen. Rechte, stevige en tamelijk fijne benen. De hond mag er niet hoog of verheven uitzien. Van opzij gezien is de pols waarneembaar. De spronggewrichten zijn normaal gehoekt. De benen staan evenwijdig, zowel van vo- ren als van achteren gezien.

    Voeten

    Tamelijk lang, zogenaamde hazevoeten, direct rustend op hun zolen. De forse nagels zijn bij voorkeur zwart; lichter van kleur bij hondjes met een bruine of witte vacht (witte nagels bij hondjes met witte pootjes is niet fout te rekenen als ze verder goed gepigmenteerd zijn). De tenen zijn beweeglijk, met harde zolen. Tussen de tenen zijn de voeten goed behaard met fijne haren, die over de voeten uitsteken en daar een punt vormen.

    Staart

    Tamelijk hoog aangezet, eerder lang en zeer sterk behaard. Vormt een mooie pluim. Als het hondje zich prettig voelt en vrolijk is, wordt de staart hoog gedragen in het vlak van de ruggegraat, maar zodanig gebogen dat de punt de rug niet raakt. De staart mag ook opgerold of vlak op de rug liggend worden gedragen.

    Vacht

    Zonder onderhaar. Overvloedig, golvend (niet te verwarren met gekruld), niet zacht maar eningszins weerbarstig, met een zijdeachtige glans. Vlak ingeplant, op zich tamelijk fijn en licht gebogen door de golving. De vacht lijkt wel iets op die van de kleine Engelse Spaniels, maar verschilt duidelijk van die van de Pekingezen. Aan de andere kant mag de vacht geen enkele gelijkenis vertonen met de vacht van de Dwergkeeshonden. Het haar is kort op de snuit en het voorhoofd, aan de voorkant van de benen en onder de spronggewrichten. Het is van middellange lengte op de romp, verlengt zich rond de hals, waar de kraag en een golvende borstveer worden gevormd.
    Er bevinden zich franjes aan de oren en aan de achterkant van de voorbenen. Aan de achterkant van de dijen spreidt het haar zich uit in zachte lokken, die een broek vormen. Tussen de tenen bevinden zich fijne haarlokken die mogen uitsteken, onder voorwaarde dat ze de voeten niet verzwaren. Ze moeten deze juist verfijnen door ze te verlengen. Als aanduiding kan worden gegeven dat sommige hondjes in volle vacht een haarlengte kunnen hebben van 7,5 cm aan de schoft en 15 cm voor de franjes op de staart.

    Kleur

    Alle kleuren zijn toegestaan. Bij alle, zelfs de geheel witte hondjes moeten lippen, oogranden en vooral de neuspunt zijn gepigmenteerd.

    Bijzonderheden

    Gangen: vrij; het hondje heeft een trotse uitstraling, is ongedwongen en sierlijk. De tong: mag niet zichtbaar zijn; als ze steeds uitsteekt of niet wordt ingetrokken als men de tong met een vinger aanraakt, is dit een fout die tot uitsluiting aanleiding geeft.
    Fouten: een platte schedel, peervormig of gewelfd zoals bij de kleine Engelse Spaniels; te veel of te weinig stop; ingedrukte of opwippende neusrug; kleine, te ronde, uitpuilende ogen, licht gekleurde ogen of ogen waarvan het wit zichtbaar is als het hondje recht vooruitkijkt; een neuspunt die niet zwart is; gebrek aan pigment aan de oogleden of lippen; bovenvoorbijten en vooral ondervoorbijten zijn fouten die moeten worden vermeden; een kromme voorhand; knobbelige gewrichten; een achterhand die niet in een rechte lijn verloopt bij de knieën, de spronggewrichten of de voeten; een zwakke achterhand; naar binnen of naar buiten gedraaide voeten; nagels die de bodem niet raken; enkele of dubbele hubertusklauwtjes aan de achterbenen zijn ongewenst en vormen een schoonheidsfout. Een opgerolde of op de rug liggende, zijwaarts afvallende staart (dit geldt voor de wervels, niet voor de franjes, die in plukken afhangen); een onvolkomen, zachte of open vacht; rechtop ingeplant of zelfs rechtopstaand haar; een wollige vacht, een ondervacht die naar kruisingen met de Dwergkeeshond verwijst; karper- of zadelrug.
    Uitsluitingen: roze of rozegevlekte neuspunt; zodanig boven- of ondervoorbijten dat de snijtanden elkaar niet meer raken; een verlamde of steeds zichtbare tong.
    Ernstige fouten in het algemene type: gebrek aan type; hondje veel te groot of veel te klein, veel te zwaar of veel te licht (een geringe afwijking van de normen is toegestaan als het hondje van werkelijk goede kwaliteit is).
    Bijzondere afwijkingen van het type: een te licht skelet; een extreem gewelfde, ingezakte of extreem lange rug; kleine, puntige oren, die gedragen worden als bij de Keeshond; een te zeer zichtbare tong.
    Ernstige afwijkingen in vacht en pigmentatie: uniform gekleurde vachten (geheel wit of geheel gekleurd); duidelijke sporen van pigmentgebrek aan de neuspunt en oogleden; een zichtbare ondervacht.
    Ernstige afwijkingen in het karakter: zeer agressieve honden. Afwijkingen; monorchisme of cryptorchisme; boven- of ondervoorbijten (in een bepaalde mate wordt dit echter toegestaan); afwijkingen van de normale gangen.